In dossier van een patient stond bij contactpersonen 1 zoon vermeld.
Heeft u nog meer kinderen?
Voor zover ik weet niet, was het antwoord.
-Jullie doen veel te aardig tegen mij, zei een patient, dat wil ik niet!
-Zit u nog goed op de stoel? vroeg ik een verzwakte patient die daar al een tijdje zat. Antwoord: waarom zou het niet goed zijn! op boze toon.
Dan niet, zei ik,.
-Hoe wilt u aangesproken worden met u of met jij ? vroeg ik . Graag met 'gij' was het antwoord.
-Ik mocht een patient , die niet sterk op de benen stond, niet helpen bij transfer van bed naar de stoel. Ik hield mijn hand toch losjes onder zijn arm, daarop snauwde hij mij af dat ik niet mocht trekken en duwen.
Als u valt heeft u een gebroken heup , zei ik. Ach, dat is het risico van mijn leeftijd, zei hij.
-Vroeger was er op mijn werk geen paracetamol voor het infuus.
Alleen tabletten en zetpillen.
Een man was misselijk, braakte en had hoofdpijn.
Ik kwam aan met een suppje, omdat een tablet nu geen optie was
' Ga je weg, ik ben geen homo! ' was zijn kortzichtige opmerking
'
Neem hem nou maar, misschien gaat er een wereld voor je open' , zei ik.
Daar kon hij niets tegen inbrengen

.
-Patienten die bedlegerig zijn, gaan soms vocht vasthouden. En dat gebeurt ook in de erogene zone. Zo ook bij een vrouw, die er geen doekjes omheen wond. Ze leek naar haar opgezwollen labia en zei : het lijken wel twee kroketten!
Of die man op leeftijd, Theo, die altijd naar de jonge vrouwelijke verpleegkundigen zat te loeren. En daarna keek hij naar zijn geslachtsdeel en zei: kleine Theo is niet meer wat ie geweest is.
-Een patiente was met spoed vanuit een dialyse centrum opgenomen in het AMC. Haar rolstoel was achtergebleven in die instelling. Nu naderde de dag dat ze met ontslag zou mogen gaan.
Mijn vraag aan haar familie was of iemand de rolstoel van de vrouw daar op kon halen. Maar nee, natuurlijk was niemand daartoe in staat.
De patiente had wel een oplossing: breng mij maar met de ambulance naar die zorginstelling, dan kan ik daarvandaan weer met mijn rolstoel naar huis.
-En dan nog een zeer onbeschofte hork van een man, die opgenomen werd. Het gesprek werd gevoerd door een studente. 'Met jou zou ik het bed wel willen delen' zei de viezerik tegen haar, hij was oud genoeg om haar vader te kunnen zijn.
-Een alerte patient , was op afdeling Chirurgie, had een foto van zijn ontlasting gemaakt, om dat de artsen te kunnen tonen toen ze naar zijn stoelgang vroegen. Die stonden ook wel even paf, en een van de doktoren zei adrem: dit zou ik niet als achtergrond op mijn telefoon zetten.
-Een jonge man had ik een injectie met morfine gegeven omdat hij vreselijk veel pijn had. Na een half uur lag hij glimlachend op bed en riep : Ik ben Jezus, ik kan vliegen!
-Deze zal ik nooit vergeten: een keurige dame, die ik hielp met wassen vroeg mij : kunt u ook mijn kut wassen? Ik stond toen met mijn oren te klapperen.
-En deze is ook geweldig. Een oud-collega van mij zei heel verontwaardigd: ik laat me niet met een kluifje in het riet sturen!
Het was een genoegen om dit allemaal op te schrijven, ik hoop nog vaak hier bijzondere uitspraken te kunnen noteren.
-
Reacties
Een reactie posten