die ene patient
Een jonge vrouw, die mij op de afdeling Chirurgie lag, dreef mij, en vele anderen, tot wanhoop.
Ze had al heel vaak in het ziekenhuis gelegen, haar lichaam verminkt door diverse operaties.
Ze was verslaafd aan opiaten, kreeg en nam er heel veel, karrenvrachten vol slikte ze. Een olifant zou van deze hoeveelheid knock-out gaan.
Het pijnteam begeleidde haar, desondanks was het erg moeilijk, haar pijn was onhoudbaar, en steeds weer was het een strijd als ze nog meer wilde/nodig had.
Ze had een tweepersoonskamer voor zich alleen.
Die kamer was een puinhoop, overal stonden tassen, spullen, haar nachtkastje lag vol kleurplaten, stiften, lege bekertjes, kleding, en de rest van de kamer was ook een hindernisbaan.
Op een dag moest ze weer geopereerd worden. De operatiebalie belde , ze mocht naar beneden komen.
Dat ging ik haar vertellen, maar ze wilde nog even met haar ouders bellen.
Prima. Na vijf minuten nog bezig, na tien minuten nog niet klaar.
Ik vertelde haar dat we nu echt moesten gaan maar... pas na twintig minuten beeindigde ze het gesprek.
Daarna moest ze operatiejasje aan, dat duurde ook tergend lang..
Toen reed ik haar bed naar de deur, wilde ze nog even tanden poetsen.
Ze begon haar tong te schrobben, Joost mag weten waarvoor, de klok tikte door.
Ik werd helemaal dol van haar. De OK balie had inmiddels weer gebeld , ik legde uit dat ik haar in bed trachtte te krijgen.
Uiteindelijk na veertig minuten was het zover. We scheurden met een bloedgang naar de eerste etage.
En uiteindelijk brak de dag aan dat ze naar huis mocht.
Ik had toen avonddienst, dan start je om half drie, ik kreeg van mijn collega's te horen dat alles voor ontslag geregeld was, ze kon zo vertrekken, dus ik had geen kind meer aan haar. Natuurlijk was dat ijdele hoop, ze moest al haar spullen nog inpakken, dat was zoveel dat je er eigenlijk een vrachtwagen voor nodig had.
Haar echtgenoot zou haar ophalen, maar die kwam maar niet en kwam maar niet. Ze zat in haar operatiejasje verwilderd te bellen met Jan en alleman, aansporen had geen enkele zin. Ik probeerde geduldig te blijven, maar op een gegeven moment besloot ik haar maar haar ding te laten doen, want ik werd helemaal tureluurs van haar.
Het lukte uiteindelijk wel om haar uit te kunnen zwaaien, om half elf s avonds, een half uur voor mijn dienst afgelopen was, vertrok ze.
Ik slaakte een zucht, en zei in mijzelf dat ik haar nooit meer hier hoopte te zien.

Reacties
Een reactie posten